(T)huis

20120918132705_1_OostWest_kaart_vk

In de afgelopen 36 jaar heb ik in een hoop huizen gewoond. Tot mijn negentiende woonde ik heel gemoedelijk bij mijn ouders en werd er niet verhuisd, maar dat veranderde snel toen ik op kamers ging.

Ik hopte van de ene kamer naar de andere en later van het ene huis naar het andere. De ene keer woonde ik niet naar mijn zin, de andere keer vond ik de buurt stom en zo viel er elke keer weer wat te zeuren. Uiteindelijk hadden Abe en ik een fantastisch appartement in de binnenstad gekocht. De buurt was goed, het huis was geweldig en alle gemakken en vertier waren op een paar meter afstand te vinden. Alles was zoals het moest zijn, tot ik zwanger werd. We hadden letterlijk geen plek voor een tweeling en konden de grote tweelingwagen echt nergens kwijt. Geen halletje, geen schuurtje, helemaal niets! Eigenlijk wilden we niet verhuizen, maar we moesten wel.

Op naar het volgende huis. Ontoerekeningsvatbaar door de zwangerschapshormonen moest en zou ik in het centrum blijven wonen. Na enige tijd zoeken vonden we een fijn huisje (het was inderdaad klein) aan de gracht. Twee slaapkamers, een grote huiskamer, een ieniemini-tuin (een zandbakje en een fiets, meer paste er niet in) en er was zelfs een achterom! Hoezee! Goed, de buurt was niet zo best, maar dat mocht de pret niet drukken. De koop was snel gedaan en onze oudste twee jongens konden daar gemakkelijk opgroeien. Meesje schoof anderhalf jaar later aan en ook al was hij nog geen 50 centimter, het huis was te klein. Nou ja, dan verhuizen we toch weer?

Zo gezegd, zo niet zo goed gedaan. Abe en ik hadden nu drie kleine jongetjes, hij had een goede baan en we hadden een bakfiets. De tijd was rijp voor een heus grote-mensen-huis! We gingen zeer rationeel en verstandig te werk. De ene keer was het huis te klein, de andere keer was er geen tuin (je hebt echt een tuin nodig, dacht ik), soms was de buurt niet leuk en soms zat alles wat betreft lokatie en huis tegen. Eindelijk, na maanden zoeken, zagen we een huis in een (zeer) kindvriendelijke buurt. Genoeg slaapkamers voor iedereen, een flinke tuin, niet zo heel ver van het centrum en er was een speeltuintje in de straat. Wat moest dit een fijne plek zijn voor de jongens om op te groeien! Bij mij miste het gevoel van thuis-komen, maar dat was ondergeschikt aan het plezier van de kinderen. Ik zou vanzelf wel wennen aan dit huis, relativeerde ik. Hup, kopen die hap!

We kochten het huis, verhuisden en binnen een maand was ik ongelukkig. We hadden nu genoeg ruimte, we konden de bakfiets makkelijk kwijt, de jongens konden heerlijk buiten spelen, er was veel groen en iedereen in de straat had een Volvo. (wij trouwens ook) Sec gezien moest ik blij zijn, maar ik was het niet. Er knaagde iets en ik wist niet wat.

Ineens wist ik het: dit huis was misschien geweldig, het paste niet bij me! Op mijn vorige huizen was altijd wel iets aan te merken geweest, maar ik voelde me in mijn laatste twee woningen fijn. Niet in dit op papier fantastische huis! Ik was niet thuis in mijn eigen huis. Wegwezen, en snel!

Op een regenachtige middag werd er gebeld door een kennis die makelaar was. Er zou binnenkort een huis te koop komen en misschien was het wel wat voor ons. Inmiddels (weer) een kind rijker gingen we naar Het Huis kijken. Het zag er niet uit! De buitenboel moest geverfd worden, maar dat was niet het probleem. Het probleem was de binnenkant: een ooit waanzinnig mooi negentiende eeuws pand dat in de jaren ’70 van de vorige eeuw verbouwd was naar de slechte smaak van die tijd: ensuite was weg, de plafonds waren verlaagd, de keuken was (op een zielige gootsteen na) afwezig, de schimmel stond in het souterrain tot aan het plafond en de indeling was bagger. Ook was de tuin klein en lag op het noorden, dus de zon zou er amper kunnen komen. Last but not least reed de trein recht voor de deur, wat overlast en viezigheid betekende.

Je zou denken dat we dit huis nooit van ons leven wilden kopen. Toch? Fout! Zodra ik over de drempel stapte, wist ik dat dit Het Huis was. Op papier had het bijna alles tegen: het zou flink gerenoveerd moeten worden en de werkzaamheden aan het spoor zouden ook nog lang niet klaar zijn. Verder zijn er geen buitenspeelmogelijkheden voor kinderen, maar al deze tekortkomingen waren ineens futiliteiten geworden. Dit was ‘m! Eindelijk gevonden!

Intussen zijn we ruim twee jaar verder. We hebben het gekocht en van top tot teen laten renoveren. Tuinmeubels heb ik nog niet en buitenspelen zit er voor de kinderen niet echt in, maar dat is niet erg. Speeltuinen genoeg! (en anders kijken ze maar naar de televisie) De werkzaamheden aan de treintunnel zijn in volle vaart bezig en het ziet er buiten niet echt gezellig uit, maar dat verandert nog wel.

Mijn huis voelt als een thuis. Mijn huis is mijn thuis! Op papier niet perfect, maar voor ons is het meer dan perfect.

Mijn Huis! Eindelijk thuis.

Ik ben Eva en sinds 2006 getrouwd met Abe. Samen hebben we vier kinderen: de tweeling Steijn en Hugo (2007), Mees (2008) en Kate (2012). Na jaren les te hebben gegeven, heb ik besloten om te gaan doen waar mijn hart ligt, namelijk schrijven.

Be first to comment