Niks aan de pink!

Augustus 2014 056

Veertien was ik toen ik tijdens de gymles mijn pink brak. Tot die tijd was ik een onzeker, niet zo aantrekkelijk en beetje mutsig meisje dat wanhopig op zoek was naar waardering en erkenning van klasgenoten. Ik droomde van populair zijn en ik wilde er net zo uitzien als Erica Elaniak van Baywatch (leek er in de verste verte niet op), terwijl ik fantaseerde dat die knappe knul uit de vierde MIJ tot zijn vriendinnetje ging vragen. Gut, wat was ie knap. Lang, donkerblond haar, zestien jaar en waanzinnig muzikaal: mijn droomman. Helaas zag hij mij niet echt staan als ik mysterieus kijkend (hoopte ik) langs hem liep. Mijn pink, mijn teerbeminde, kromme pinkje aan mijn linkerhand, bracht daar verandering in!

Afijn, ik brak dus mijn pink en moest naar de EHBO. Er werden foto’s gemaakt van mijn hand en uiteindelijk vertelde de dokter me dat mijn linkerhand in het verband moest. Mijn reactie? “Yes!!” Een hand in het verband staat interessant! Eindelijk zouden mijn klasgenoten en die knappe gast uit de vierde me zien! Hallo populair worden! Ik was echt een tikje sneu.

Een dag later kwam ik dus “gehandicapt” op school. Wat ik verwachtte, gebeurde ook: iedereen vroeg aan me wat er gebeurd was en ik ging er lekker voor zitten om gewichtig te vertellen wat er aan de hand was. Of beter gezegd: wat er aan de pink was. Hoe vaker ik het vertelde, hoe meer ik het begon aan te dikken en uiteindelijk kwam het er ongeveer op neer dat ik een bofferd was dat mijn pink niet geamputeerd hoefde te worden! Ik zei toch al dat ik sneu was?

Iedereen die maar wilde mocht op mijn verband schrijven (ik deed gewoon net of het gips was) en ik kreeg een aantal leraren zo gek dat ik geen overhoring of huiswerk hoefde te maken, aangezien ik toch met die hand zat. In werkelijkheid kon ik eigenlijk alles en zaten er maar twee vingers in het verband, maar ik had voor het dramatische effect twee extra vingers omzwachteld. Je zou bijna denken dat ik op sterven na dood moest zijn! (moet ik nou echt nog een keer zeggen dat ik sneu was?)

Eindelijk, na een aantal dagen continu tetteren over mijn pijnlijke pink, vroeg die knappe jongen uit de vierde wat er aan de hand was. Dit was mijn kans! Ik trok een zo zielig mogelijk gezicht, terwijl ik uitvoerig verslag deed van de reden van de breuk, mijn gang naar de EHBO, “de kansen op herstel volgens de artsen” (100%, er was immers niets aan de hand) en de pijnen die ik moest doorstaan. In gedachten hoopte ik op minstens een uitnodiging voor de bioscoop. Nadat ik klaar was met oreren keek Hij me smalend aan. Hij lachte wat en zei: “Ik denk dat je maar eens een bal moet leren vangen!”

Snikkend fietste ik naar huis, rukte dat stomme verband van mijn hand en zette “Nothing’s gonna change my love for you” van Glenn Meideros op. (ik was niet vies van af en toe wat drama op zijn tijd). Toevallig kwam ik hem laatst, na ruim twintig jaar, tegen. Die knappe, muzikale gast was een dikke, kalende veertiger geworden en ik snapte echt niet wat ik ooit in deze onaantrekkelijke man gezien had. Ik grapte nog tegen hem dat ik tegenwoordig wel ballen kan vangen, maar hij zei alleen maar “Huh? Waar heb je het over?”

Wat een sul.

Ik ben Eva en sinds 2006 getrouwd met Abe. Samen hebben we vier kinderen: de tweeling Steijn en Hugo (2007), Mees (2008) en Kate (2012). Na jaren les te hebben gegeven, heb ik besloten om te gaan doen waar mijn hart ligt, namelijk schrijven.

1 Comment

  • Beantwoorden september 1, 2014

    Fred van Driel

    Weer een mooi verhaal Eva. En ook herkenbaar voor ‘zielige’ jongens van rond de 14 hoor. OK, misschien met andere levensbedreigende kwalen en kwetsuren, maar toch! Trouwens, ik ben heel benieuwd naar je boeken. Heb je al een beetje idee wanneer er een uitkomt? Beschouw mij maar als gegadigde voor een van de eerste exemplaren!

Leave a Reply Klik hier om je antwoord te annuleren.

Laat een reactie achter bij Fred van Driel Reactie annuleren