De beste moeder

pastinaak

Een jaar of 28 zal ik zijn geweest. Het was lekker weer en ik zat met een vriendin op een terrasje. Om ons heen zaten veel ouders met kinderen. Ik zag ze zwetend, verfromfraaid, moe en humeurig hun kroost bijeen houden en te eten geven, terwijl ik stralend in mijn zoveelste nieuwe outfit nipte van mijn rose. Meewarig keek ik ze aan. Terwijl die moeders (en vaders!) zich in het zweet werkten, sloegen kinderen op elkaars hoofd, weigerden ze te eten en had ik mijn oordeel klaar. Zo’n moeder zou ik nooit worden!

Mijn kinderen (die nog gemaakt moesten worden) zouden alles eten. Groenten zouden ze fantastisch vinden (lekker mam! Pastinaak!), luisteren deden ze altijd en waarschuwen was voor de dommen. Onberispelijk gekleed zouden mijn kinderen aan tafel zitten, terwijl ze aandachtig luisterden naar de conversatie die mijn man en ik aan het voeren waren. (over heel belangrijke onderwerpen uiteraard!) Baby’s waren ook erg leerbaar: natuurlijk ben je moe als je je baby niet leert hoe hij/zij door moet slapen! Boos worden op mijn kinderen zou niet hoeven. Sterker nog: ik zou een enthousiaste, koekjesbakkende moeder zijn die altijd pret had met haar kinderen. Ha! Ik wist hoe je kinderen op moest voeden! Ik bedoel: hoe moeilijk kon het zijn om kleine wezentjes jouw wil op te leggen? Die stumperende ouders met hun vervelende kroost hadden nog een hoop te leren, vond ik.

Een jaar later werd ik moeder. Binnen een mum van tijd had ik door dat de praktijk stukken weerbarstiger was, al mijn mooie theorieen ten spijt. Onberispelijk gekleed ben ik eigenlijk nooit meer (een rok is niet praktisch als je achter kinderen aan moet hollen), mijn kinderen houden niet van groenten (en al helemaal niet van pastinaak), ze slaan elkaar regelmatig de hersens in (onder de bezielende leiding van mijn dochter), ze ruziën over onderwerpen waarvan ik niet eens wist dat je ook daar ruzie om kunt krijgen (wie er naast mij mag zitten!) en onze dochter slaapt al twee jaar elke nacht tussen ons in. (we zijn te moe om het te veranderen). Eerlijk gezegd ben ik al blij als ik aan het einde van de dag alle kinderen gevoed, gelaafd en ongehavend in bed kan leggen.

Doodmoe ben ik dan en totaal niet meer in staat om ook nog maar iets wat op een conversatie lijkt te kunnen voeren. Gelukkig zijn “ja” of “nee” ook prima antwoorden als mijn man vraagt of ik een kopje thee wil.
Al zeven jaar zie ik er niet meer zo goed gekleed, goed gekapt en slank uit als toen ik een goede moeder was. Heb ik dan gefaald in het moeder zijn? Welnee!

De beste stuurlui staan aan wal en de beste moeders hebben geen kinderen.

Ik ben Eva en sinds 2006 getrouwd met Abe. Samen hebben we vier kinderen: de tweeling Steijn en Hugo (2007), Mees (2008) en Kate (2012). Na jaren les te hebben gegeven, heb ik besloten om te gaan doen waar mijn hart ligt, namelijk schrijven.

Be first to comment